Ellen
Hoelang werk jij al op de manege?
“Ik werk hier sinds 1997, dus al 28 jaar. Ik ben nu ook bedrijfsleider, maar ik ben begonnen als instructeur.”
Wat heb jij hiervoor gedaan?
“Ik reed van jongs af aan al fanatiek paard, ook veel wedstrijden. Na mijn middelbare school heb ik een opleiding doktersassistente gevolgd, maar ik werd al gauw gevraagd om in een stoeterij te komen werken. Ik gaf toen ook al paardrijlessen op de rijvereniging in Meerkerk.
Op de stoeterij trainde ik paarden; de hengsten voor de hengstenkeuring en de merries voor de merriekeuring. En ik deed de fokkerij; merries bijhouden, hengstenkeuze maken, veulens trainen enz. Daar kwam ik in contact met Marcel (inmiddels mijn man), die werkte bij de hengstenhouder. Hij vertelde veel ins en outs over het ruinen van hengsten. Het was echt een wereldbaan bij een hele mooie stoeterij!
Marcel en ik kregen een relatie en elk weekend gingen wij met mijn eigen paard of met de paarden van het werk op concours. Of we gingen naar keuringen. We waren altijd 7 dagen in de week bezig met de paarden.
Na een tijdje zijn Marcel en ik voor onszelf begonnen. We hadden in Brabant een sportstal; een pensionstal met 24 boxen, binnenbak, buitenbaan en een stuk land. We trainde jonge paarden voor andere mensen en handelde een beetje in paarden. Maar de accommodatie was te duur, dat we na ruim een jaar zijn gestopt. De inkomsten waren niet zo als we hadden gehoopt.
We zijn verhuisd naar het midden van het land en toen zag ik de vacature voor Stichting Sportclub Gehandicapten Gooi en Eemland. Ik dacht meteen; dat is leuk, daar ga ik op reageren! Ik werd uitgenodigd om op een zaterdag hier te komen praten. Het voltallige bestuur was aanwezig. Ik heb een uur les gegeven aan de eerste rijdend gehandicaptengroep. Na de les vroeg meneer Blokker van het bestuur; wanneer kan je beginnen? En ik zei; wat dacht je van aanstaande maandag? Ik ben hier dus meteen gestart.
De manege was toen nog onbewoond. Iedereen ging om 18.00 uur naar huis en dan stonden de paarden tot de volgende ochtend hier alleen zonder dat er iemand bij was. Vroeger kon dat, maar nu niet meer. Ik heb met het bestuur overlegd dat het absurd is dat hier niemand woont, want als er ’s nachts brand ontstaat, fikt de hele manege af. Het bestuur gaf mij gelijk en vond het goed dat ik hier kwam wonen. We hebben ons huis in Nieuwegein opgezegd en hebben bijna 10 jaar achter de binnenbak in een caravan gewoond. Na 10 jaar hebben we dit huis laten bouwen en we hebben nu een heerlijk huis!”
Wat vind je het allermooiste van onze manege?
“De balans tussen ruiters met- en zonder beperking. En natuurlijk de hele accommodatie. We lijken heel groot, maar we zijn heel klein. We hebben maar 250 leden. Voor een accommodatie als dit is het heel klein en dat is het mooie. Kleine groepen, dat is uniek.
En het dierenwelzijn is hier heel erg hoog. De paarden lopen meestal één, soms twee lesjes per dag. Er is veel variatie zoals de staplessen, de ritten in het bos, elke dag in de paddock lopen en zomers naar de wei. Het dierenwelzijn is hier heel belangrijk. Anders had ik hier niet al 27 jaar kunnen blijven werken.
Het blijkt ook wel, want anders krijg je geen paarden in bruikleen. Echte paardenmensen zetten hun paard hier in bruikleen. Dat is een teken dat er echt heel goed met de paarden wordt omgegaan. En wij laten de paarden hier in hun waarde. Zoals bijvoorbeeld Yfke, die maar op één hand wil galopperen omdat ze blind is aan één oog, die hoeft niet op de andere hand te galopperen. Daardoor blijven onze paarden gezond.”
Heb je nu nog wensen voor de manege?
“Niet echt. Een belangrijke stap die we vijf jaar geleden hebben gemaakt is de dagbesteding. Deze mooie aanvulling past enorm bij dit bedrijf en geeft mensen met een kleine beperking een supermooi doel (baan) in hun leven. We hopen dat we het kunnen houden zoals het nu is, dat is gewoon fantastisch!”